Ben je in het centrum? Stap onze dorpskerk dan eens binnen. Zijn geschiedenis gaat terug tot in 1087. De Benedictijnse monniken van Saint-Ricquier stampten hier een priorij (tweede kloosterhuis) uit de grond. In 1196 kreeg graaf Boudewijn van Vlaanderen het aan de stok met de bisschop van Doornik en met de Franse koning. Daarop werkte hij de monniken buiten. Vijf jaar later keerden ze terug om de priorij te heropbouwen.
Kommer, kwel en bloedige godsdienstoorlogen
De Guezeberoerten stelden hen opnieuw op de proef. De priorij moest eraan geloven, alleen de kapel bleef gespaard. Daarna volgde het beleg van Oostende en gingen de Spanjaarden ermee aan de haal. Ze gebruikten de kerk, of wat ervan overbleef, als burcht om zich te verdedigen.
Tegen 1860 was de kapel niet meer te redden. De gemeente bouwde toen een nieuwe kerk, die in 1907 werd gewijd. Een echte feniks onze kerk!
Pracht en praal van weleer
Ze recupereerden de mooie houten meubels in Louis Quatorze-stijl. De biechtstoelen springen ook in het oog: echte pareltjes van houtsnij- en draaiwerk. In de zijaltaren prijken de schilderijen van Dobbelaere. Een Brugse kunstschilder uit de 19de eeuw. En in het koor staat een kostbaar tabernakel. Ook een blik waard: het indrukwekkende orgel van Andries Jacobus Berger. Lid van de befaamde familie Berger, die de orgelbouwkunst van generatie op generatie doorgaf.